Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

316*

makkelijk kan gegrepen worden. In plaats van het ronde slaghout bediene men zich aanvankelijk liever van een vlak, dat aan het slageinde ruim eene hand breed is en van het midden af zóó toeloopt, dat men het gemakkelijk kan aanvatten.

Het kan, naar gelang van omstandigheden, raadzaam zijn, het spel niet dadelijk met negen personen aan elke zijde te spelen, daar zoovelen de regels niet altijd vlug genoeg vatten. Men bezette slechts de doelen, zoodat men met vijf personen aan eiken kant klaar komt. Maar zelfs al zou men het nog met minder personen spelen, dan zou het nog ten zeerste aan te bevelen zijn, dat er één Spelrechter optreedt.

Bij regel 1. In de richting van het slagdoel naar het linkeren middenveld staan naar verhouding veel spelers, wijl daarheen de meeste ballen vliegen, daar de slager gewoonlijk links van het slagdoel zal staan. — 't Spreekt van zelf, dat de toewerper, behalve' het waarnemen zijner bijzondere functie, ook de verplichting heeft aan het spel deel te nemen. Vooral pleegt hij den eersten doelman te vervangen, zoodra deze om de eene of .andere reden niet op zijn post is. Op dezelfde wijze begeeft zich, zoo dit noodig is, de tusschenman naar het tweede doeL De oplettendheid der veldpartij zal vooral steeds op den looper gericht zijn, die het meest vooruit is, (daar hij volgens regel 22 alle volgenden terughoudt) bijzonder als hij eerst het derde doel zou bereikt hebben en het tweede en eerste ook zou bezet zijn.

Regel 8, 12 b en 14 b (wier doel is te voorkomen, dat de toewerper, tengevolge van de laksheid of ongeschiktheid van den slager, zich aftobt) kunnen ook zóó gelezen worden: De bal van den derden „geldigen worp," dien de slager niet aanraakt, geldt als getroffen; derhalve wordt van den éénen kant de sl'agerlooper, maar moet van den anderen kant ook, volgens regel 12a, dadelijk „af worden, zoo deze bal door een tegenstander wordt opgevangen.

Sluiten