Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

„We kunnen nog best een spelletje doen. Zullen we verstoppertje doen met verlos?"

„Ja best! Wie doet er mee!"

„Ik, ik," klonk het van alle kanten.

„Eerst er om raden, wie zoeken mag," stelde Door voor. „Ik zal wat uit mijn zak nemen. Wie het raadt, mag zoeken."

„Mag?" lachte Dolf. „Zoeken is toch geen pretje?"

„Nu moet dan," verbeterde Door. „En als niemand het raadt, ben ik de ongelukkige. Nu?" zei ze, nadat ze iets uit haar zak had genomen en Nel haar hand voorhield. „Hoeveel raad je? één, twee, drie, vier, vijf of zes?"

„Drie."

„En Leni?"

„Twee," zei Leni, na zich een tijdje bedacht te hebben. „En onze logé's?"

„Moeten we beiden hetzelfde raden?" vroeg Hans, die nooit zoo'n spelletje had mee gedaan.

„Neen, ieder mag op zijn beurt raden, maar als Hans het raadt, helpt Bob zoeken en als Bob zoo knap is, Hans. Want zoeken is lang niet gemakkelijk."

Gelukkig voor Hans en Bob Waren ze geen van beiden zoo knap.

„Dolf, nu staat het tusschen ons beiden," zei Door. „Natuurlijk raad jij het, dat moet je voor je zusje over hebben."

Dolf lachte, „neen hoor, zoo lief ben ik niet. Vier." „Hoera! Mooi zoo. Kijk jij hebt het geraden," zei Door en hield Dolf vier knikkers voor.

Sluiten