Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

zei Bob half schreiend. „Stil, daar zit ze weer, misschien heeft ze ons nog niet gezien. Niet praten," zei hij, toen Bob weer iets wilde zeggen.

Ondertusschen was Leni weer op den zolder terug gekomen. Ze keek vreemd op, toen ze de tweelingen niet op de kist zag zitten.

„Jullie deugnieten, heb je je verstopt?" zei ze lachend. „Ik zal je wel vinden." Vroolijk zingend ging ze zoeken. „Hans, Bob!" riep ze eenige keeren, toen zij ze niet vond.

„Misschien zijn ze in slaap gevallen," dacht ze toen. „Maar dan moeten ze hier toch zijn. Wat is dat? Julia ook weg? O wee, het raam! Zou Julia op het dak zijn gegaan?" Op eens kreeg ze een vreeselijken schrik. „Als-als-die tweelingen...."

Leni holde naar beneden. „Moes — vader — Bob Hansje zijn nergens te vinden en Julia is op het dak."

„Kom, kom, kleine meid," zei vader, „Julia zal wel gauw terugkomen; ze vond het zeker frisscher op het dak dan op den zolder. Ze zal zoo gauw geen ongeluk krijgen."

„Och ja, maar.... vader, Hans en Bob zijn er ook niet."

„Hans en Bob zijn toch geen poesjes, die zijn toch niet op het dak geklauterd? Kom, kom, vrouwtje, maak je toch zoo angstig niet. De bengels zullen zich zeker verstopt hebben."

„Ik heb ze overal gezocht," zei Leni, nu wel een beetje gerustgesteld.

Ze gingen zoeken boven. Maar toen niemand ze

Sluiten