Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

't land van Van der Pol?" stelde Door voor. Dat was best.

„Daar zie ik het huis al," zei Leni na een poosje; „nog vijf minuten — en we zijn er."

„Wel, komen jullie daar allen aangestapt, dat is aardig," zei vrouw Pruim. „Komt maar binnen, komt maar binnen."

„Neen, vrouw Pruim, wij willen hier buiten liever een beetje uitrusten, we komen je 't pakje van Dirk terugbrengen en moeder bedankt je vriendelijk."

„Ja, ja, 't is goed, 't is goed," zei vrouw Pruim.

„Waar zijn Dirk, Piet en Qerrit? We hebben wat voor hen meegebracht," zei Nel.

„Dat had je toch niet moeten doen. Daar komen ze juist aan," zei vrouw Pruim en wenkte hen uit alle macht.

„Kijk eens," riep Nel en hield drie pakjes in de hoogte, „in ieder pakje zit iets lekkers voor jullie, dat Bjkt je zeker goed toe."

De jongens bleven verlegen staan.

„Gerrit, raad eens, wat ik hier heb?" zei Nel, een pakje in de hoogte houdende.

,,'kWeet niet," zei Gerrit verlegen.

„Je moet raden," zei vrouw Pruim, lachend.

Gerrit haalde de schouders op, durfde niets zeggen.

„Ik zal je een handje helpen," zei Dolf.

„Ik sta met één poot op den grond En draai daar vroolijk op in 'trond.

Hoe meer men mij sla,

Hoe vlugger ik ga."

Sluiten