Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

125

zien, „maar die Snoetie en Toet vind ik toch verbazend knap en dan ons Haantje niet te vergeten! Je hadt zeker een scheurkalender in het kippenhok hangen, dat ze allen zoo precies den datum wisten, waarop ze' hun lekker eitje moesten leggen."

„Weet je wat?" zei Door, „ik hang morgen een lijstje met al onze verjaardagen in het kippenhok. Wie weet, wat ik krijg."

„Ik ben bang, een kalkei," lachte Dolf. „Uit dankbaarheid voor alle zorgen — zou ons Haantje er bijschrijven."

„Ik zal jou wel krijgen," lachte Door.

„En nu moet u nog eens iets zien," zei Nel.

„Extraatje van Door en mij," stelde ze voor op den egel wijzend.

„Neen, oompje, alleen van mij, Nel durfde hem niet opnemen."

„Een egel? Daar moet je nu Door voor wezen om zoo'n aantrekkelijk diertje mee te nemen." lachte oom. „Wat zei je zusje wel van zoo'n cadeau, maar dat behoef ik eigenlijk niet te vragen. Bij Leni is immers elk dier welkom."

„Dat zei ik ook, oompje."

„Als „extraatje" ziek was, dan vond Leni hem nóg snoeziger," plaagde Nel.

„Ja, het spijt mij maar, dat ik geen ziek kanarievogeltje ben," zei oom.

„O, oompje," gierde Door. „Ik zie U al onder in de kooi zitten tusschen watten en veertjes door Leni gevoerd, onmogelijk leuk!"

Sluiten