Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

Prins Rupert-, die zijn Koninklijken oom beloofd had, de stad minstens vier maanden in zijn macht te zullen houden, was door het verlies der schans zoo ontmoedigd dat hij zich zonder slag of stoot overgaf, op voorwaarde van vrijen aftocht. Het laatste bolwerk, van eenige beteekenis, der Royalisten was gevallen; de burgerkrijg was daarmee zoo goed als beslist. Doch Cromwell rustte niet op zijn lauweren; reeds na weinige dagen trok hij met het grootste deel van zijn leger verder om de laatste pogingen, van 's Konings zijde beproefd om dezen nog te handhaven, te verijdelen. Waar Cromwell naderde, openden de steden overal haar poorten, die straks nog voor hem gesloten waren.

De burchten der Cavaliers lieten de slotbruggen neer. Tandenknersend telden de vernederde edelen de voorgeschreven zoen- en losgelden om hun goed en have te redden voor inbeslagneming en verbeurdverklaring, en hun persoon van den kerker. De zon van Karei I was ondergegaan, en op de puinhoopen zijner macht verhief zich de jonge Puriteinsche republiek onder het protectoraat van Cromwell.

De groote leider der Puriteinen had evenwel Bristol niet verlaten, zonder de stad een nieuwen commandant gegeven te hebben. In een groote raadsvergadering, waartoe hij de vertegenwoordigers der burgerij had saamgeroepen op het prachtige stadhuis, had hij hun op zijn eigenaardige, korte en krachtige wijze zijn wil kenbaar gemaakt. Wijzende op Hartwood, die met een bleek gelaat, en den arm in een draagband, aan zijn zijde stond, sprak hij:

Sluiten