Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wil-lem ziet de dier-tjes.

Frits-je vroeg aan Wil-lem : Heb jij 't ge-zien ?

Nee, zei Willem, maar als ie da-de-lijk bij ons komt, zal moe-der hem wel een cent ge-ven — en dan mag ik ook kij-ken. En Wil-lem liep voor-uit. Ze kwa-men al dicht bij Wil-lems huis.

De bé-de-laars-jon-gen wou voor-bij gaan. Maar juist ging de deur o pen Wil-lem en zijn moe-der kwa-men bui-ten. Moe-der riep: ,Ho-lal laat eens zien, vriend-je! De vreem-de jon-gen keek

naar de moe-der van Wil-lem. Hij zaë> dat 't een goe-de vrouw was. Hij ging er naar toe. Laat toch eens kij ken, wat voor moois

je hebt! zei de vrouw vrien-de-lijk. De jon gen maak-te 't kist-je o pen. Toen zag Wil-lem, wat er in zat:

twee lieve mar-mot-jes —' rood en wit —

stil naast el-kaar. Hij riep: O! o! Hoe fijn! wat lie ve beestjes 1 hè! hè! hoe prachtig! kijk toch, moe!

12

Sluiten