Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De snoep-ster-

Gijs-je was een snoep-ster. Er stond iets lek-kers in de kast.

Een taart. Gijs-je dacht: „Ik ga eens kij-ken. Ik ga eens rui-ken. Ik ga eens proe-ven.

Toen keek ze om het hoek-je van de deur,

O, wat was die taart mooi geel! Ja, ik wil eens kij-ken. Ik wil eens rui-ken. En ... een tip-je proe-ven.

Zij deed de deur heel wijd o-pen. Ze stak haar hand-je uit. Ze pak-te een stuk-je taart. En nog een stuk-je. O, wat lek-ker was dat!

30

Sluiten