Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vlie-ger*

„Moe, mag ik vijf cent van u?" „Vijf cent? Waar-voorV „Ik wil een vlie-ger koo-pen, in de wa-rong."

„Och, die zijn niet sterk/' „Ja-wel, moe, Gijs heeft er ook één." „Nu, hier heb je dan vijf cent"

Wat was Jan blij! Hij ging gauw naar de wa-rong. Hij kocht een mooi-e vlie-ger. Hij kreeg ga-ren van zijn moe. En daar ging de vlie-ger de lucht in. Maar... hij kwam in een boom-tak.

O!... het lat-je brak. Wèg was de vlie-ger van vijf cent!

32

Sluiten