Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIV,

TANTE JOSEFINE.

Er hing een vreemde gedruktheid in het groote huis aan de Hooigracht te L., waar reeds zoovele jaren Tante Josefine van Bilderswijk had gewoond. En toch was er dien dag meer aanloop, dan sinds lang het geval was geweest. Tot tweemaal toe was er een dokterskoetsje aangereden. Daartusschenin had ook de oude Notaris nog een bezoek gebracht. En nu verlieten de Dokter en de Predikant, van wien Tante het meeste hield, de statige woning, juist toen het werkmeisje voor de ramen aan de straatzijde de gordijnen langzaam en bedroefd liet zakken.

Het dokterskoetsje met den rustigen koetsier op den bok stond vlak voor de hooge stoep, en met de kruk van het portier reeds in de hand, nadat hij den koetsier een nieuw adres had opgegeven, nam de geneesheer afscheid van den prediker.

„Een welbesteed leven," zei de oude medicus met overtuiging.

„Ja," zei de ander, „en een veilig leven. Zco te sterven is benij denswaardig.''

En die beide gedachten samen leefden cok in het jonge hcofd, in het bedroefde hart van haar, die daarboven, binnen in het huis, juist in de kamer, waar Tante Josefine nu al weer vier jaar geleden Juffrouw Dibbits had ontvangen, een enkele bloem tusschen de reeds verstijvende handen schoof van de edele

Sluiten