Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59

nieuw naar het schilderij. „Hoe zul je het noemen?" vroeg ze eindelijk zacht.

Flip had daar eigenlijk nog niet aan gedacht. Maar zonder aarzeling antwoordde hij. „Levensleed". En Finie knikte toestemmend.

Toen ze weer beneden gekomen waren, noodigde hij haar uit nog even te gaan zitten, maar ze bleef staan.

„Neen, Flip," zei ze, en er kwam vastheid in den blik harer oogen die nog nat waren van haar tranen, ,,'k Moet jou ook wat vertellen, ik had het eerder moeten doen." - Flip keek haar met verbazing aan. Had zijn eenvoudig oprecht zusje, zooals hij haar eigenlijk toch nog altijd voelde, heusch een geheim? Nu ze moest het hem dan maar dadelijk zeggen. Hij was juist in de goeie, zonnige stemming, om al haar kleine zorgen voor haar uit den weg te ruimen. En met een halven glimlach op zijn gelaat, wachtte hij af.

„Ik heb een brief gekregen," ging Finie toch wat meer aarzelend verder; „toen ik bij Tante Josefine in Leiden was, zie je, heb ik daar een enkele maal een jongen man ontmoet, een student, en hij vraagt me nu, of ik zijn vrouw wil worden ..."

Ze kleurde terwijl ze het zei, maar toch was ze blij, dat het er nu maar uit was.

Flip stond een oogenblik als stom van verbazing. Aan zoo iets had hij heelemaal niet gedacht; en toch was het zoo eenvoudig. Maar dat was toch niet het eerste gevoel dat bij hem oprees. Een onberedeneerde afkeer van dien jongen man, die zich daar op eenmaal tusschen hem en Finie kwam plaatsen, maakte zich van hem meester. Wie was die vreemde? Wat voor recht had hij op Finie, op zijn Finie, het eenige wat hij had op de wereld?

Sluiten