Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

Wie echter diéper kon zien . . . hoor eens, er zijn ook schamele achterbuurten met hongerige bewoners,' en midden door het gewoel dier blijde weeldestad loopt er menigeen met een wanhopig hart, ten einde raad, zonder vriend, zonder God in de wereld, en op wien dat schoone, bruisende Rhone-water een noodlottige aantrekkingskracht heeft.

Midden in het hart der oude stad verheft zich de strenge Kerk van St. Pieter, met veel nauwe straatjes er om heen, vol huizen die overbuigen door den last van eeuwen. Het is rustig daar, haast somber en ernstig. En we zijn er op het grondgebied van Johannes Calvijn, die hier worstelde, dacht, preekte, leerde, bad: en behalve dat alles ook nog de eerste vrije, Protestantsche Stenden-republiek stichtte en bestuurde. In de St. Pieter staat nog steeds het kleine leuningstoeltje, waarin hij placht te werken, en öm de St. Pieter waart nog iets van zijn strengen, vromen geest . . .

Het Genève van toen was wel heel anders, dan dat van tegenwoordig!

Flip had dien middag verder daar rond gedwaald. Hij was straat in straat uit geloopen. Voor oude geveltjes, winkels met antiquiteiten en tweedehands boeken was hij blijven staan, maar nauwelijks was het tot hem doorgedrongen, wat hij zag.

Slechts even was hij waarlijk ontroerd geworden. In een van die oude gebouwen, met een lage galerij van uit steen gewelfde koepelbogen onder de bovenverdieping, welke ver over de onderétage heensteekt, is het Bureau van Politie gevestigd. Hij keek het gebouw aan om zijn merkwaardigen stijl. Hij kwam ook onder die arcade. Op het muurvlak, naast de toegangspoort hing er een vreemde schilderij. Het was niet veel meer dan een breede schilderijlijst, en achter het glas waren er drie rijen van kabinetportretten. Enkele waren foto's van menschen genomen bij hun leven, anderen waren gefotografeerd na hun dood. En onder

Sluiten