Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was nu op een leeggekomen plaats aan de tafel gaan zitten. En voor het eerst waagde hij zelf een kleinen inzet . . .

Zoodra nu het balletje begon te rollen had de speelkoorts hem te pakken. Hij spande iedere vezel in, als kon hij dat dwaze, ronde ding dwingen naar zijn zin te loopen. Nu, eindelijk, scheen het stil te liggen. Hij had gewonnen!

Spel na spel rolde voort. En het geluk bleef hem bij. Reeds vormde zich een hoopje van twintig franc-stukken naast zijn rechterhand. Maar was hij eerst zenuwachtig geweest: nu werd hij stil, al stiller, zoo als een vuurberg stil is, hoewel daarbinnen de lava kookt . . .

Zijn boosheid op Hanselen, heel de Tentoonstelling was hij kwijt, had hij vergeten. Hij was ook niet ongelukkig meer. Het vreemde vuur dat door zijn aderen stroomde gaf hem een zoet gevoel van half smartelijke, half heerlijke bevrediging.

Toen hij ten laatste opstond, niet voor dat de zaal werd gesloten, had hij weinig verloren, veel meer gewonnen. Doch dat geld streek hij achteloos op; niet dat goud was zijn hartstocht, maar spelen, spelen!

Den volgenden dag stond hij veel te laat en met een zwaar hoofd op; de teleurstelling, en de leegte, en de onvrede waren er sterker dan ooit. Maar ze kwelden hem zoo erg niet meer. Eigenlijk bleef hij dien heelen dag in een hal ven roes, een hal ven dommel, en half onbewust zat hij naar den avond te haken.

Zoodra het even kon ging hij opnieuw naar de Kuhrsaal nu rechtstreeks naar de speeltafel.

In een oogenblik was hij weer in zijn spel verdiept. Plechtige stilte, alleen onderbroken door de bescheiden stem van den Bankhouder hing opnieuw binnen de weelderige wanden. En zonder dat hij het wist was Flip spoedig het middelpunt van een kring van belangstellende bewonderaars. Het geluk was weer

89

Sluiten