Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewone zwarte kousen. Nelleke zelf hielp de rose uittrekken en de zwarte aandoen. Die arme zuster kon immers niet weten, dat 't geen stoutigheid van Nelly was. Nel vond 't erg, hoor, dat zuster nu verdriet van haar had. En toen haar benen er weer op z'n door-deweeks uitzagen, stopte ze haar hoofdje weg, dicht tegen de zuster aan, en zei op z'n aller, allerliefst: „Het spijt mij zo."

Maar op 'n goeie dag, kwamen ze toch achter Nelly's geheimpje. Een van de kinderen, die naast haar sliep, had gemerkt, dat ze dikwijls heel de nacht door maar lag te huilen in haar bedje. Waarom, dat wist Ze niet. Overdag merkte ze er bijna nooit iets van. Zij zei 't de zuster van de slaapzaal. Toen kwam 't uit. 't Was om de pijn in haar rug. De dokter moest komen. Die zei, dat Nelly heel veel pijn gehad moest hebben al die tijd en nu nog; want er was iets verdraaid in haaJ rugje. En daar kon ze bijna niet mee stil zitten: zo erg was 't.

Nou, toen wisten de zusters niet, wat ze hoorden! Hoe had Nelly dat zo lang stil kunnen houden? En ze ha der nogwel zoveel standjes voor gehad! Maar van toen af zeiden ze haar nooit meer, dat ze stil moest zitten. Ze werd apart op 'n kamertje gelegd meteen ziekenverpleegster er bij, die helemaal alleen voor haar zorgde. Daar mocht ze 's morgens ook haar boterhammetje eten, en er bij draaien, zoveel ze wou — 't arme kind. Zo gauw ze alles opgegeten had, mocht ze naar de anderen toe.

'n Keer, toen de kinderen allemaal stil bij elkaar zaten les te leren, gaf de zuster aan Nel een doos met koralen, om zoet mee t& spelen. Net zuurballetjes waren 't: rode en paarse en gele en witte. Nel stak

44

Sluiten