Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

„Hè, hè," lachte ze toen, haar gloeiend gezichtje wrijvend', „heerlijk frisch zoo. Doe het ook Ans, het is

Szoo gemakkelijk." Ans wijfelde nog even. „Als m'n mantel maar niet smerig wordt," zei ze. "üe mijne ligt toch onder," lachte Lon onverschillig. Dat was waar, meende Ans en deed nu ook haar mantel uit. En zorgvuldig — Lon beweerde altijd dat Ans „akelig netjes" was — vouwde ze den mantel op en legde hem op dien van Lon.

„Het is wel fijn," zei ze vroolijk. „O zoo, ga mee nou springen." „In spin de bocht gaat in. Uit spuit de bocht gaat uit." „Af, jij bent af," gierde Lon, „nou ik." Ans keek even beteuterd, ze was juist zoo'n matedor in het spel.

„In spin o, Ans ik weet wat 1"

„Nou wat dan ?"

„Springen op één been."

„Hè ja, laat mij 'ns probeeren."

„Eerst ik dan, ik was aan de beurt."

„Goed."

„Wat gaat dat fijn hè, hier, nou jij." Ans, gloeiend van verlangen ook haar kunsten te vertoone'n, deed 't dadelijk en ze hadden o, zoo'n pret. Opeens sloeg de klok van het Rijks-Museum vijf uur.

„Vijf uur," zei Ans, „hoor je Lon, nou moeten we doorlóopen om je moeder af te gaan halen, hè ?"

„Ja," riep Lon dadelijk, „het hindert niets, we kunnen onderweg ook nog springen, hè ?"

„Natuurlijk," meende Ans, zich omkeerend.

„Wat ga jij doen ?" riep Lon.

19

Sluiten