Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toen snikte de kleine hummel: ,,'n Taartje, 'n taartje."

„Goed," zei Lon dadelijk.

Maar Ans, verstandiger, zei: „Heb jij geld, Lon ?"

„Ik ? Dat weet ik niet," zei Lon en ontdaan begon ze in haar zak te grabbelen.

„Ik hoef niets te hebben," zei het grootste meisje.

Lon telde : „Een, twee, drie vier vijf centen,

daar."

Ans haalde haar beursje voor den dag en ze haalde in triomf er twaalf centen uit. „Zeventien centen samen, dat is maar ruim anderhalf taartje." Lon stak er haar tong van uit. „Bah," zei ze en toen begon ze weer opeens te lachen. „Wel jammer," riep ze, „maar als we dan een roomtaart je nemen, kan de juffrouw er voor drie cent room afhalen. Nou, hoe heb ik dat verzonnen, Ans? Kijk niet zoo sip, is 't geen goed idee ?"

„Hè!" de oogjes van het kleine ding gingen glinsteren en heelemaal niet angstig meer, liep ze gewillig mee. Ans vormde zwijgend de achterhoede, ze vond 't akelig dat ze die schapen zoo verschrikt had, maar ze vond het nóg akeliger dat ze haar mantel kwijt was. Wat zou moeder daar van zeggen ? Lon scheen zich voorloopig om dat alles niet te bekreunen, ze was druk met de kleine, vuile meisjes in de weer.

„Kom Ans," riep ze, toen ze voor den winkel stonden en meteen stapte ze naar binnen.

„Wel jongedame," vroeg een vriendelijke juffrouw. Lon was heelemaal niet verlegen met haar boodschap. „Een taartje gewoon astublieft," zei ze, „en één roomtaartje, waar voor drie centen minder room op zit."

27

Sluiten