Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zal ik het voor je zeggen ?"

„Wat zal dat geven ?"

„Zou je erg, heel erg op je kop krijgen ?"

„Ik vrees van wel, jij dan niet ?"

„Wel 'n beetje," zuchtte Lon, „zie je, dat is naar, nu moeder pas is thuis gekomen."

„Nu hebben we haar óók niet van 't station gehaald."

„Neen, ik wed, ze is intusschen al lang thuis, hoe laat zou 't zijn ?"

„Ga mee maar 'ns kijken," zei Lon.

„Geef me vast m'n tasch."

„Tasch ?" Nu begon Lon ook haar kalmte kwijt te raken.

„Heb je die niet ?" riep Ans in wanhoop.

„Neen, ik niet," zei Lon ontsteld.

„Zijn we die dan ook kwijt ?"

„Als jij ze tenminste niet "

„Neen ik hoe zou ik " begon Lon.

„Jij zat toch bij de tasschen op den grond vanmiddag," verweet Ans diep rampzalig.

„Ja, maar jij maakte me zoo aan 't schrikken, dat ik dat ik "

Ans, al haar waardigheid vergetend, barstte in huilen

uit.

„Het is allemaal jou schuld," snikte ze zielsbedroefd, „allemaal jou schuld, hoor." „Wel nu nog mooier."

„Jij hebt dien onzin van je mantel onder een boom leggen uitgevonden en jij...."

„Maar jij vond dat toch óók gemakkelijk," verdedigde Lon zich.

„Nou ja."

31

Sluiten