Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ze met vader gelachen heeft om dien brief, maar vader zei ook, dat ik zelf maar moest zien, hoe ik aan 'n nieuwen kwam en m'n Zondagschen mag ik niet aan hebben. Nou kind, ik heb er net zoo lief geen één aan, maar 't is voor guur en leelijk weer, weet je. Huil daar maar niet om, we koopen precies eenzelfden mantel, Ans, kind, dat kan éénig worden."

„Jij vindt nou ook alles eenig," riep Ans uit, „maar ik vind 't heelemaal niet eenig, als je 'n reuzen standje krijgt "

„Neen dat zou ik óók niet eenig vinden," stemde Lon toe.

„O, nou daar heb je 't al. En ik vind 't ook niet eenig, als er zooveel uit je spaarpot gaat."

„Och dat is niet zoo erg, die wordt toch weer vanzelf vet ook. En waar heb je 'm dan ook voor !"

Ans haalde de schouders op. Die Lon, die bleef toch akelig welgemoed bij alles.

„Jij hebt er zeker geen notie van, hoeveel zoo'n mantel kosten kan," riep ze uit.

„Neen, ik niet," zei Lon, „nou, hoeveel dan ?"

„Misschien wel dèrtig gulden."

„Zooveel heb ik lang niet in m'n spaarpot," riep Lon, „fijn, dan krijg ik misschien heelemaal geen nieuwen van den zomer."

„Ik heb ook geen dertig gulden," zei Ans, „maar dan zal ik wel moeten sparen."

,,'t Is 'n stroppie, 't is 'n stroppie," deed Lon droefgeestig.

„Ja zeker," riep Ans en de waterlanders waren stellig weer voor den dag gekomen, als ze niet juist Lena Grootemans had zien aankomen.

45

Sluiten