Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Riet. Maar Riet zat met roodbehuilde oogen en 'n norsch gezicht, zonder antwoord te geven.

„Hoe vind je zooiets," vroeg Ans aan Lon, maar Lon had in twee woorden aan haar vriendinnetje meegedeeld hoe de zaken eigenlijk stonden en toen veranderde - Ans al dadelijk van opinie.

„Zalig," genoot Ans, „dat is nou echt: „Wie 'n kuil graaft voor 'n ander "

„Nou," zei Lon en ze lachte zachtjes toen ze het booze gezicht van Riet zag.

„Doorwerken Lon," zei juffrouw Klein, maar Lon kón niet genoeg krijgen van dat gezicht. Af-en-toe moest ze 'ns even stil gluren en dan stootte ze Ans aan, dat die toch ook 'ns kijken zou. Want 't was zoo vermakelijk, die Riet te zien zitten met dat ontdane gezicht. Riet, die zich 's morgens nog zooveel pret voorgesteld had in het vooruitzicht 'n ander te kunnen plagen. Maar Lenie was ook bedrukt. Ten eerste om hetgeen juffrouw Klein tegen haar gezegd had, maar vooral dacht ze voortdurend aan Grootma, hoe die 't maken zou en ze was tegen haar gewoonte in heel onoplettend onder de les en ze maakte haar werk slecht. Ze kreeg 'n standje van juffrouw Klein en Lon voelde zich geroepen even naar haar vriendinnetje in verstandhouding te kijken en te knikken als om haar te troosten. En Lenie lachte werkehjk even terug, toen boog ze zich moedig over 't werk en deed haar uiterste best. Toen Lon nog 'ns omkeek, zag ze hoe ijverig Lenie aan 't werk was en genoot ze dubbel van het zure gezicht van Riet, die ook niet met haar werk scheen op te schieten.

„Ans," fluisterde Lon, nadat ze 'n poosje voorbeeldig aan 't werken was geweest.

120

Sluiten