Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw van Lare bleef alleen met de zieke en haar eigen droeve gedachten. Juist toen de pastoor kwam, begon de zieke eenige teekenen van leven te geven. Helaas, ze had haar spraak verloren en bracht slechts eenige onverstaanbare klanken voort.

Toen Lenie thuis kwam, was haar arme Grootma reeds bediend. Mevrouw van Lare had haar op staan wachten, om het kind langzaam alles mee te deelen.

„Is Grootma weer niet goed," riep Lenie echter al, zoodra ze mevrouw van Lare zag. Hoe deze ook haar best gedaan had, 't was haar maar al te zeer aan te zien, dat er iets ontzettends was gebeurd. Ze zag doodsbleek en beefde vreesehjk.

„Lenie.." was alles wat ze zeggen kon, maar het kind had geen woorden noodig, de heele houding van mevrouw van Lare en haar eigen gevoel zeiden het haar.

„O Grootma.... Grootma," riep ze met 'n snik, • „ze is dood.... dood

„Neen, neen," haastte mevrouw van Lare zich te zeggen, „neen Lenie, neen."

„Wat dan, o, laat me er toch door, ik wil bij haar zijn. Ze is mijn Grootmoeder."

Mevrouw van Lare deed vergeefsche pogingen haar stem te beheerschen. „Lenie, beloof me kalm te zijn.... beloof 't me iedere opwinding kan "

Maar het was Lenie gelukt zich los te maken uit den greep, waarin Lon's moeder haar omkneld hield en ze vloog letterlijk de kamer binnen.

„Grootmoedertje.... o Grootmoedertje...." riep ze met 'n wilden snik.

„Stil.... stil...." trachtte mevrouw van Lare te sussen, maar Lenie hoorde niet eens. „Grootma....

135

Sluiten