Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

ze naar binnen konden. De beesten namen 't er ook van. O, o, wat hobbelden die leuk stijf vooruit op d'r stijve pooten. 'n Paar apen sleepten 'n ijzeren wip bij. En een groote giraffe plukte de bladeren van 'n palm op 'n legdoos. 'n Eend probeerde in een vischkom te komen. Maar dat lukte haar niet, want d'r vleugels leken wel vastgeplakt.

Toen zag Al-te-Gauw een paar kabouters, die een voorstelling hielden. Ze hadden van die grappige kleeren aan en zulke groote neuzen (het waren clowns uit een poppekastspel). Ze deden al het hunne om een paar stijve poppetjes aan 't lachen te maken. De stumperds hadden daar toch niets geen zin in, want ze zaten vastgeregen in een kartonnen doos.

Maar Al-te-Gauw lachte er dubbel om.

En toen — toen werd het opeens doodstil om Al-te-Gauw heen.

Hij schrok ervan en liet haastig 't gordijn vallen, dat hij al dien tijd omhoog had gehouden.

Die stilte maakte hem bang.

't Was net, of er nu iets kwaads ging gebeuren.

25. EEN WILDE JACHT.

Eén seconde maar bleef 't doodstil.

Toen klonk een schelle stem: „Daar zit de indringer, in 't ledikant. Laten we hem te pakken nemen en hem voorgoed in den vuilnisbak stoppen." Al-te-Gauw wist geen raad. Hij vloog het

Sluiten