Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daaag l" roept ze terug. Ze wil nog even er bij zeggen: „Ga toch bij die sloot vandaan, zóo val je er nog in."

Maar hoort ze het goed? Wat vertellen de kinderen haar?

„We — hebben — 'n broertje — gekregen/* schreeuwt Til over den weg en Wil voegt er bij: „Hij heet Henkie, en hij is maar zoo klein."

Til heeft nog meer te vertellen. Ze doet een stapje naar voren, een klein stapje maar

Dan gebeurt er iets heel ergs. Haar éene voetje glijdt uit en.... daar valt Til in de sloot.

„Ooooo," huilt ze, „ooo V* En Wil begint nog harder te huilen: „Oooo, grootmoe, kom toch 's, kom toch, grootmoe."

Maar grootmoe doet haar middagslaapje. Ze droomt van het heel kleine jongetje, haar kleinzoontje. En ze hoort niets, heelemaal niets. Aaltje hoort ook niets.

Die sloot is ook zoo ver van haar keuken vandaan. Hoort dan geen mensch, dat die kindertjes zoo roepen? Ja, gelukkig hoort vrouw Welders het geschreeuw. Ach, ach, denkt ze, daar gebeurt wat met de kinderen. Opeens begrijpt ze alles. Ze loopt weg, o ze loopt toch zoo hard. En dan komt ze terug met Welders, haar man. Hij holt over den weg heen, naar de sloot. Gelukkig is de sloot niet héél erg diep. Maar de arme Til is

18

Sluiten