Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN BETS PRETTIGS*

Vader heeft zijn meisjes toch zoo iets fijns verteld. Ze gaan verhuizen. Ze gaan uit de oude pastorie weg. Vader wordt dominé in de stad.

„Leuk hè?" zegt Wil tegen haar zusje.

„Nou 1" En als we in de stad wonen, gaan we eiken dag winkels kijken."

„En in de tram zitten."

„En taartjes eten."

Moeder laat de tweelingen maar praten.

Ze zijn een keer met vader en moeder naar de stad geweest. En toen hébben ze veel winkels bekeken. En toen hébben ze in de tram gezeten* En toen hebben ze ook taartjes gegeten in een melksalon. Maar dat kwam, omdat ze een dagje uit waren* voor plezier.

Moeder vindt het niet zoo héél prettig dat ze gaan verhuizen. Ze heeft tegen vader gezegd: „Wat zal ik die oude* ruime pastorie missen* En wat zal ik dikwijls naar onzen mooien tuin verlangen!"

Want in de stad krijgen ze zoo'n groot huis niet. Vader en Moeder hebben het al gezien.

39

Sluiten