Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft geen zin in spelen en ze heeft bijna niets gegeten. Ze denkt aan morgen. Als de juffrouw nou maar niet meer boos is. En — de Heere God. Die alles ziet en alles weet. zal haar zeker wel een heel ongehoorzaam kind vinden.

Ze zal vanavond vóór ze slapen gaat, den Heere God vergeving vragen, de kleine Wil.

Hè, wat is alles nu Weer prettig. Ze zit weer gewoon in de bank. Moeder heeft haar meisjes naar school gebracht. En moeder heeft het ook aan de juffrouw verteld van dien jongen, uit de hoogste klas. De juffrouw heeft gezegd: „Zoo, dan zal ik dien ondeugd eens flink wat strafwerk geven, omdat hij zooiets leelijks heeft gedaan."

En de juffrouw keek heelemaal met boos meer.

Ze zei tegen Wil: „Ga jij maar weer op je plaats zitten."

Het meisje achter Wil fluistert wat. Maar Wil draait zich niet om in de bank.

Ze wil niet meer zoo babbelen. Hè, wat zit ze nu ijverig door te werken. Ze heeft al twee rijtjes sommen af. Ze zou wel eens graag even aan Til vragen: „Hoe ver ben jij al?" Maar ze doet het niet. Want ze heeft moeder beloofd, dat ze het babbelen in school wil afleeren. Dat kan niét op eens. Maar ze zal het probeeren; ze zal er erg

70

Sluiten