Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

witte en roode watten balletjes. Bob is in een wip het bed uit en neemt als een echt koetsier vlug de leidsels en nu gaat het in galop om de tafel — tot Moeder in de deuropening verschijnt met een sjako, scheef op het hoofd en een trom voor, waarop ze een roffel slaat. Op dat geluid trekt de koetsier stijf aan de teugels, zoodat zijn paard plots stil staat, rent op Moeder af, die hem lachend de sjako opzet en de trom omhangt, en onder een vroolijke marsch gaan Vader, Moeder en de jarige Bob naar de groote eetkamer.

Wat een pret heeft Bob en hoe vroolijk staan de gezichten van Vader en Moeder. Na het ontbijt fluistert Vader, Moeder iets in het oor en verlaat vlug de kamer. Bob merkt van dit alles niets, zoo verdiept is hij in zijn cadeautjes. —

Na geruimen tijd komt Vader weer vroolijk binnen en roept lachend: „Zeg, Bob, zullen we nu verstoppertje gaan spelen? Jarig zijn— en dat spelletje niet doen — dat gaat niet."

„Ja, ja!" juicht Bob, „mag ik dan zoeken? Ik kan wel honderd tellen, tien maal tien, heeft Leni mij geleerd."

„Uitstekend, kom Moeder, jij moet ook mee doen."

Sluiten