Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

„Ja, wat zal ik zeggen. Zij is keurig netjes en zorgt altijd, dat haar haar goed zit," plaagt Vader, ik ken wel een meisje —"

„Nu, mijn haar zit nu toch wel netjes," zegt Gonda met een kleur.

„Ja, nu wel, maar het haar van je logeetje zit altijd netjes."

„Hoe weet u dat, u ziet haar toch niet altijd?"

„Ja, tóch weet ik het. Haar heele familie is zoo netjes."

„Heeft ze dan veel broertjes en zusjes?"

„Of ze, en niet alleen zijn die netjes, maar haar Moeder is dat ook, die zag ik gisteren, keurig zag zij er uit."

„Ik ben bang, dat ik haar niets aardig vind, zoo'n nuf," zegt Gonda teleurgesteld en zij bekijkt zichzelf eens, strijkt haar haar en haar jurkje glad. Vader proest het uit.

„Nee," zegt Gonda, „ik vind het veel aardiger als zij niet zoo netjes is. Leen en ik hebben gisteren juist zoo'n pleizier gehad samen.

We zijn toen boven op de schutting geklommen, wat leuk hoor. En Leen heeft in den kerseboom gezeten en — enne"

„Jou logeetje zal met evenveel pleizier op de

Sluiten