Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

„Misschien staat de mand niet in de serre, het kan zijn, dat Moeder die verplaatst heeft.

Stil maar, Polleke, we zullen samen eens op den zoek gaan.

„O, nee maar," komt Frits lachend terug, „hoe vind je nu zoo'n held. Moortje ligt in zijn mand en meen je nu, dat Polio ook maar iets durft? Zie die Moor eens rustig slapen. Ja, die is natuurlijk óók moe, evenals Pol, zij zal wel op de muizenjacht geweest zijn."

„Nu, Pol," zegt Miep, ,,'t is toch jou mand, ik zou die Moortje maar eens netjes verzoeken er uit te gaan, hoor. Foei, zoo'n brutale mijnheer heb ik nog nooit gezien. Je komt thuis van een wandeling, bent natuurlijk moe als een hond en vindt een ander in je bed."

Pol draait eenige keeren om den mand heen, loopt dan naar Miep, dan naar Frits, alsof hij bij hen hulp zoekt.

,,'t Is om te gieren," lacht Miep.

„Zeg, Frits," we helpen hem niet, hoor. Het zal mij eens benieuwen, hoe dit afloopt."

Aarzelend zet Pol zijn poot in de mand, maar trekt dien haastig terug, als poes begint te blazen.

„St, niets zeggen," zegt Frits, „laten we nu eens

Sluiten