Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

van de dienstvischjes van den generalen staf, die spionneerden bij de zeereuzen.

Het kleine, brutale zeedwergje, dat zich nu in het Zeedwergengebied koest moest houden uit vrees voor de kostschool, haalde thans zijn hart op aan plagerij van de zeereuzen. Hij ging er in speeltijd en na schooltijd heel alleen heen om ze te plagen en kwellen. Hij zette ze groote kreeften met vervaarlijke scharen in den staart, die zoo knepen, dat de zeereuzen bulkten van pijn, en in elkaar krompen, zoodat er zeehoozen ontstonden, waar kleine visschersvaartuigjes in omkwamen.

Hij plaagde ze met het net, waar hij de vier ministers in had gevangen, kletste groote kwallen op hun kop en lachte ze uit en hoonde ze, dat ze brieschend van woede, met schuim om de vervaarlijke monden, hem achterna zetten.

Maar hij was ze allemaal veel te vlug af, al zaten ze hem ook nog zoo dicht soms op den staart. Eens Zelfs had een groote zeereus hem te pakken, doch Kreeftenpootje wist nog juist te ontsnappen en weg te spartelen uit diens klauwen.

Na zoo'n uitstapje had Kreeftenpootje dan zijn hart voldoende opgehaald om zich thuis weer een tijdje koest te houden. Daar niemand van de zeereuzen hield, had hij veel succes met zijn plagerijen

Sluiten