Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

groot menschenschip viel niets te beginnen, behalve door den storm.

Zonder het te weten had hij met zijn gebeuk meer uitgericht, dan hij op verre na kon vermoeden.

Bij de aankomst van de duikerboot hadden de schepelingen de muziek onder water gehoord en dadelijk gedacht aan de verhalen van de machinisten en stokers, die voor het spookschip hadden gewaarschuwd. Dit had hen heel ongerust gemaakt. Al wilden ze het voor elkander niet weten, elk was in zijn hart benauwd voor de geheimzinnigheden, die zich onder water afspeelden.

Nu was het plaatsje, waar Kreeftenpootje zijn aanval op het schip had gedaan, juist bij de slaapplaats van de matrozen, en toen die om twaalf uur middernacht, het spookuur, het kloppen en bonzen tegen den buitenkant van het schip hoorden, waren ze overtuigd, dat dit door geesten en spoken veroorzaakt werd.

De geesten der drenkelingen meenden enkelen, of de booze geest, die het schip naar den kelder heeft geholpen, meenden anderen.

De kapitein had den volgenden dag groote moeite met zijn volk, zoo opgewonden waren allen. Ze dreigden met staking en eischten, dat het schip de ongeluksplaats zoo spoedig mogelijk zou verlaten.

De kapitein echter was een onverschrokken kerel

Sluiten