Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

getrokken werd door een wonderlijk voorwerp, dat onder het maken van een rinkelend lawaai snel op ons afkwam, en den muilezel, zoo kreupel als hij was, deed steigeren. Nader en nader kwam het angstwekkend wezen tot ik het eindelijk kon onderscheiden: het was niets anders dan een groot, vierkant petroleumblik, dat door een kleine zandcycloon gegrepen, werd voortgedragen en daarbij telkens tegen den grond bonsde. Ik kon mij nauwelijks weerhouden te lachen. Maar de zaak was alles behalve be¬

lachelijk, want de ezel, dol van schrik, sloeg op hol, en daar ik* de leidsels rond mijn lichaam had geslagen, rukte hij mij omver en sleepte mij door het stof mede. Ik vroeg mij af, wat Don Quichotte onder dergelijke omstandighe¬

den zou hebben gedaan. In geen geval wilde ik den ezel laten schieten, wel wetend, dat dit mij op een vreeselijken tocht door het mulle zand, met hitte, dorst en honger tot gezelschap, zou komen te staan. Ik hield vast en kwam eindelijk weer op de been. Het petroleumblik was aan den horizon verdwenen en de ezel was tot zijn vroegeren staat van kreupelheid teruggekeerd. Ik klom in 't zadel en wij strompelden verder over de eindelooze zandzee. De zon zonk; de maan, de sterren rezen op en zonken; ten slotte zonk ook mijn muilezel en ik zelf kon mij slechts door

Sluiten