Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

„Zeg jongens, ik heb beneden een droge put gezien, daar kennen we heerlijk op den rand gaan zitten . . . allemaal in 't rond . . . ." zei Adriaan.

„Hè, ik dacht in dat leuke kamertje . . . ." zei Gert, „an de trap . . . ."

„Asjeblieft niet in de spookkamer!" besliste Adriaan. „Kom vooruit nou!"

„Wat ben jij toch bang!" hield Ko zich goed. „Geloof d'r toch niet an."

„Geloof d'r toch niet an? .... Nou, dan moet je mijn geschiedenis maar eens hooren, dan zul je wel anders praten, joggie!" dreigde Gert. „Vooruit, naar beneden dan maar .... Heb jullie genoeg gezien?"

„Ik heb nog geen bootram gezien!" zei Dries. „En daar heb ik nou meer verlangst na als na alle bossche, die je boven zien kan!"

Ze gingen dus den twee-en-zeventig-en-een-halven trap weer af en verzamelden zich op 't binnenplein om den put. Het pleintje was in den loop der tijden een dichtbegroeid grasveldje geworden. Hoog tegen den putrand op nestelde zich bloeiend mos, dat den rand overdekte en dien tot een heerlijk-zachte zitbank maakte, en in den put zelf was blijkbaar in geen tientallen van jaren ander water geweest, dan wat regenbuien en sneeuw van zomer en winter daarin hadden achtergelaten. De bodem was bedekt met groen en droge takken, en de heele put was niet dieper dan een meter of drie.

„Zullen we eerst nog 'n beetje verstoppertje, jongens?" vroeg Pim.

„Nee, dan wordt 't te laat voor mijn verhaal," zei Gert. „Zeg, hoe laat is 't?"

Alleen Henk en Ko hadden een horloge, maar dat van Ko was stuk, en toen Henk keek, zag hij dat 't zijne

Sluiten