Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

wat hebben we eigenlijk aan dat scharminkel. Weet je wat, knoopt hem maar op. Dan zijn we er af. Die jonge vechtersbaas gaat echter mee naar mijn kasteel."

„0 meheer, meheertjelief, maak me toch niet dood!" kermde Isachar. „Laat me toch leven."

„Wil je je mond wel eens houden! Vooruit, hangt 'm op aan dien boom." De roovers grepen hem aan. „O goede ridder, luister toch asjeblief. Tweeduizend gulden kunt u krijgen als u me vrijlaat. Misschien nog wel meer."

„Zoo!" zei de ridder, „en je hebt niets bij je." „Neen, maar ik weet hoe u er aan kunt komen. Laat u me dan los, als ik 't verklap?"

„Wat weerga! Wil je wel eens gauw zeggen, wat je weet, of ik klief je den kop tot op je tanden."

«Och, ik durf haast niet. Ik beef en ik sidder. Ik moet mijn goeden meester verraden." „Mannen, 't is genoeg. Vooruit er mee." „O genade, genade meheer", riep Isachar, want hij voelde den strop al om z'n hals.

„Trekt op mannen. Daar gaat ie. Een, twee.." „Och, asjeblief, wacht nog even", kreunde de Jood. „Ik zal alles vertellen, alles."

„Gauw dan, of je hangt daar boven in de takken te bengelen."

Sluiten