Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

101

De kruisvaarders waren verontwaardigd, dat Zwijndrecht zoo iets had durven doen.

„Neen", riepen ze allemaal. „Er uit moet ie. Er uit zal ie. We zullen helpen." Ze staken hun zwaarden omhoog.

„We gaan niet naar huis, voordat Zwijndrecht het kasteel uit is en zijn straf heeft ontvangen.**

„Goed gesproken, mannen", zei graaf Reynold. „Maar ge moet nog enkele weken hier op 't kasteel blijven. Ge moet eerst goed bekomen zijn van uw reis. Ondertusschen kunnen er stormtorens gemaakt worden en stormladders en wa-* pens. Die zullen we wel noodig hebben. Verder spreken we met alle boeren in den omtrek ai om te helpen. Dat zullen ze graag doen, want ze moeten van Zwijndrecht geen van allen iets hebben".

HOOFDSTUK XV.

Op Leeuwenhorst.

„Niets gevonden?" zei Zwijndrecht tegen één van zijn soldaten, die in Aken was wezen zoeken naar Bernard.

„Neen, heer graaf."

„En jij? En jij? Geen van vieren iets gevon-

Sluiten