Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

Een heele groote ris pijlkokers stonden tegen den muur vol met pijlen.

Een groote hoop lansen lag er bij. De kruisvaarders stonden overal naar 't werk te kijken.

„Hij zal 't benauwd krijgen, graaf Leeuwenhorst", zei er een.

,,'t Is z'n eigen schuld", zei de graaf, „dan moet hij mijn kasteel maar afgeven. Als hij 't er niet goed afbrengt, heeft hij 't aan z'n eigen te wijten."

„Hoe heeft hij 't toch durven wagen om u zoo brutaal aan te vallen in 't bosch. 't Is ongehoord."

„Hij zou mij graag onder den grond gehad hebben. Dan kon hij baas blijven op mijn kasteel. Gelukkig, Bernard was er nog en de boschwachter. Daar had de booswicht niet op gerekend. Heeft hij u erg geraakt met zijn dolk?" vroeg de graaf aan den kruisvaarder.

„Neen, de doek kan er de volgende week wel ai. ' t Was er niet zoo heel diep in. De volgende week help ik mee om hem van 't kasteel te halen."

„Ja, benauwd zal hij 't krijgen, erg benauwd. De boeren d'r handen jeuken om hem een stootje te geven, dat hij 't kasteel uitvliegt. Ze moeten hem geen van allen."

„Wanneer pakken wij hem aan?"

„Als alles klaar is, de volgende week Woensdag. Anders Donderdag."

Sluiten