Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

merkwaardig geluid en richtten hun blikken naar de deur, vanwaar het geritsel scheen te komen.

Heel langzaam kwam de wit versierde kater te voorschijn, dan, met een reusachtige vaart, sprong het dier door de deuropening heen en kwam midden in de kamer terecht.

Griet, die mét den rug naar de deur gekeerd zat en het werk van de jongens niet gadegeslagen had, begon luid te gillen, toen het onding de kamer in gevlogen kwam.

De beide vrouwen, die op de sopha zaten, stoven verschrikt van hun zitplaats op, terwijl Louise het uitschaterde van het lachen.

„Ondeugende jongen, wat heb je toch uitgehaald" berispte Mevrouw Vermeulen haar zoontje, toen hij de kamer binnentrad.

„Nu, omdat Griet niet van geheel zwarte katten houdt, heb ik hem bont gemaakt", antwoorde hij.

Piet wandelde in zijn nieuw pak de kamer op en neer en verschool zich daarna onder de sopha.

„Griet, bevalt je de zwarte kater nu", vroeg Hans.

„Nu, als ik je raden mag, kleedt hem maar weer uit en doe dat nooit weer. Verbeeldt je, hij springt eens onverwacht tegen je op, en dan in 't donker, dat zou slecht kunnen afloopen."

Mevrouw Vermeulen wilde den booswicht nog een standje geven, doch vrouw Van Walen kwam tusschenbeide. „Laat het nu voldoende zijn, buurvrouw; mijn man zegt altijd, wanneer ik Frits voor zooiets een standje wil geven: moeder laat den jongen toch gaan. Jeugd wil uittieren. Voor slechte dingen moet hij gestraft worden, voor zulke dingen niet".

„Dat is nu goed en wel, maar ik sta duizend angsten uit, om zijn yader, die bij zulk weer op zee vaart, en de jongen denkt daar geen oogenblik aav."

„Mevrouw Vermeulen, het is heel goed, dat de kinderen nog niet zooveel denken. Het leven met zijn ruwe zijde treedt vroeg genoeg in en als ze nu al aan al die narigheid

Sluiten