Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

kon wel niet veel helpen, maar 't gaf haar toch een geniststelling, het beest bij zich te weten.

„Bertus, heb je wat gevonden? Heb je...."

„De konijnen zijn weg," zei Bertus kort.

„Wat? Je konijnen? En was de dief er nog?

„Praat toch niet zoo onnoozel," beet Bertus haar driftig toe. „Heb je dan niks gehoord? Die is al lang weg, over de schutting."

,,'k Wou, dat de boer thuis was," vond Jaantje, maar nog maar nauw had ze het gezegd, of ze schreeuwde van angst, want ze hoorde iemand aankomen, en ze zag....

„O," riep ze, en toen bleef ze staan, met den mond wijd open, om dan, ineens, in een zenuwachtig gelach uit te barsten, ,,'tls de vrouw! 'tls de vrouw!"

„Moeder," riep Bertus.

Vrouw Veldhuis wist niet hoe ze 't had. Wat deden die twee daar? Wat was er buiten te zien, dat ze daar zoo stonden?

„Koest, Karro," zei ze, toen de hond op haar losstormde en tegen haar opsprong, „stil nou, en jij Jaantje, wat moet dat hier en waarom sta je daar? Daar kom ik thuis, blij, dat het met Klaas-oom nog wat meevalt, en nou hoor ik Jaantje schreeuwen, om van te schrikken en jij, Bertus, jij staat daar zoo beteuterd, of je geen drie kunt tellen."

Maar toen vrouw Veldhuis hoorde wat er gebeurd was, bleef ook zij niet bedaard en 't gezin werd niet weer rustig vóór het lang verwachtte rijtuig het erf op kwam rijden.

Boer Veldhuis hoorde de geschiedenis nog al kalm aan. Hij vond het natuurlijk jammer van de konijnen, maar Bertus mocht een paar diertjes weer koopen en, natuurlijk, de boer hield er niet van, dat er ongure gasten in de donkerte om de boerderij slopen, maar hij vond toch

Sluiten