Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

Daar zouden ze het nooit zoeken. Kijk, achter die deur was het turfschuurtje. Bertus had het lokaal maar door te loopen, de deur te openen en dan, rits, het schrift in stukken te scheuren en de stukken onder de turf weg te stoppen. Kwamen die stukken dan later weer te voorschijn, och, dan was het niets erg. Dan mocht meester onderzoeken, wie ze daar verstopt had, hij zou het nooit gewaar worden, nooit, 't Was gemakkelijk genoeg.

Gek, dat hij den heelen tijd zoo in zorg gezeten had en nu nog niet kon laten, telkens eens schuw om zich heen te zien. 't Was alles immers zoo eenvoudig en niemand, neen, niemand zou er ooit iets van weten.

Op zijn teenen, om toch maar geen leven te maken, liep hij 't lokaal door. Gelukkig, de deur van de turfschuur was niet op slot. Hij kon de kruk maar omdraaien en, ziedaar, daar stond hij er al in.

Een oogenblik later trok hij, wild, het schrift in flarden. De arme bloemen scheurde hij, rits, middendoor. Hij gaf er niet om. Hij vond het goed zoo. Die arbeidersjongen zou den prijs niet hebben.

Maar hij moest voortmaken nu. Ellendig, wat waren die bladen van 't schrift taai. Hij wou ze 't liefst stukscheuren bij tienen tegelijk, maar 't ging niet. 't Werk hield hem langer op, als hij dacht.

Gauw nu maar. Voortgemaakt!

Bom!

Bertus schrok en keek van Zijn werk op. O, maar dat was wat. Daar hadden ze de deur van de turfschuur dichtgegooid. En hoorde bij, aan den anderen kant van de deur, geen gelach? Dan had een van de jongens hem bier tóch in zien gaan. Maar, o wee, dan was 't niet best meer. Meester zou vragen, wat bij bij de turf te maken had. En als dan 't schrift weg was....

Sluiten