Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

vooral, daar hij zoo gewoon was, om bij elke gelegenheid terstond te blaffen. Maar hij was 'n gehoorzame en goed gedresseerde herdershond, en daarom begreep ie al gauw, dat ie zich heel stil moest houden. En dat deed ie dan eindelijk ook, tot onze groote bevrediging. Hij vergenoegde er zich mee, om af en toe zoo eens 'n half onderdrukt klaaggeluid te laten hooren. En ook dit hield ie ten slotte heelemaal in. Zoetjesaan kwamen we al langer hoe dichter bij de schapen. Ze schenen ons nog niet bemerkt te hebben. Misschien waren ze ook wel zoo tam, dat ze zich om onze aankomst niet bekommerden.

Toen we eindelijk tot op 'n honderd passen afstand van hen genaderd waren, hielden ze stil en keken naar ons op.... We bleven aanstonds staan. De groote, krachtige dieren keken ons 'n tijdje aan, zonder de minste vrees. Daarna gingen ze weer door met grazen.

„Kijk 'ns, hoe tam ze zijn, Manni. Ze behooren zeker toe aan 'n boer hier uit den omtrek. Ik geloof, dat 't allemaal melkschapen zijn."

„Maar nu komt het er op aan, om ze te vangen," zei Manni. „Of dat lukken zal ?"

„Wel, dat móet lukken. We hoeven er maar ééntje te vangen. Ik denk, dat het melk genoeg zal hebben voor ons beiden."

Heel langzaam gingen we nu nog wat dichter naar de schapen toe. Ze bleven heel rustig op hun plaats, tot we op ongeveer twintig stappen van hen af waren. Toen hielden ze allemaal opeens op met grazen. Ze draaiden hun koppen naar ons toe en keken ons scherp aan. Daarop zette de heele kudde zich in beweging en liep langs den rotswand in Zuidelijke richting.

Sluiten