Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47

De zachte, ijverig kauwende dieren, wierpen ons tot afscheid 'n vluchtigen, goedigen blik toe en wij zetten onzen tocht in Zuidelijke richting voort langs den machtigen rotsmuur, die ons nog altijd den weg naar 't Westen versperde.

Nu ging 't veel vlugger vooruit dan te voren.

De warme melk had ons even goed versterkt als 'n stevig middagmaal.

ZESDE HOOFDSTUK.

Het liggende paard.

't Was toch wonderbaar. We gingen en gingen al maar verder, ja, we liepen zelfs, en toch scheen er aan den hoogen rotswand geen einde te komen. Spoedig deed zich de moeheid dan ook weer gevoelen, en dientengevolge begonnen we stilletjesaan weer langzamer te loopen.

Plotseling bleef Fidel staan, spitste de ooren, bromde en huilde en keek strak vooruit....

„Wat is er nu weer te doen ?" zei Manni.

We bleven stilstaan, maar konden niets ontdekken. We zetten daarom onzen tocht maar weer voort. We hadden echter nauwelijks een minuut of vijf geloopen, of Manni riep : „Nu zie ik het !"

Hij wees met den vinger vooruit en nu zag ook ik — een levenden paardekop, die boven den rand van een kleine hoogte uitstak !

Fidel begon uit alle macht te blaffen. We hielden 'em terug en trachtten 'em kalm te houden.

Sluiten