Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

om er wat op te rijden. Bijna alle paarden, die hier rondloopen, zijn van ons."

Hiermee was Manni weer gerustgesteld. Zijn bedenking was- anders niet heelemaal ongegrond, want 't kon wel eens gevaarlijk zijn, om zoo maar zonder meer 'n vreemd paard te bemachtigen en het te gebruiken, om er in de bergen op te rijden. Wij kinderen waren altijd gewoon geweest, om 't eerste 't beste losse paard, dat we op onze wandelingen in de bergen tegenkwamen, te vangen en op z'n rug 'n ritje te maken. Tot nu toe had dat ons nog niemand verboden.

We zagen er derhalve ook nu niets verkeerds in om een vreemd paard te gebruiken, waarvan we hier zooveel dienst konden hebben.

Heel gerust klommen we dus op den rug van 't liggende dier. Ik zat er natuurlijk 't eerst op. Toen kwam Manni. die er niet alleen op kon.

Het touw dat als teugel dienen moest, hield ik in de linkerhand. Met de rechterhand hield ik me, voor alle zekerheid, aan de manen vast. Ik beval m'n broertje, dat ie zich goed aan mij vast moest houden, om niet naar beneden te tuimelen als 't paard zich ophief. Hij omklemde me met z'n beide armen en zei : „Zoo zit ik zeker vast en kan ik er onmogelijk afvallen."

„Goed Manni, dan zullen we ons rijpaard maar laten opstaan."

Nu was het groote oogenblik aangebroken....

„Op ! op ! — hiep ! hiep ! — brr ! brr !" — riepen we allebei tegelijk en drukten zachtjes met de beenen tegen de ribben van 't dier. Doch, vreemd genoeg : alles was tevergeefsch.

Sluiten