Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

brengen, dat hij ten minste op 'n behoorlijken afstand bleef.

Iets verder naar onderen was het paard op 'n groene vlakte, waar het gras zeer hoog stond, weer blijven staan. Met groote voorzichtigheid ging ik er op af, terwijl ik af en toe eens moest omkijken, om Fidel, die al langer hoe dichterbij kwam, met dreigende gebaren terug te houden.

Teen ik eindelijk bij het hooge gras gekomen was, lei ik me neer en kroop op handen en voeten naar het mooie dier toe. Spoedig hoorde ik een zacht geritsel in 't gras. 't Was Fidel, die weer bij me gekomen was. Hij was nu echter heel voorzichtig en liep zachtjes achter mij aan, zonder het minste geluid te laten hooren. Omdat hij zoo stil was, liet ik hem met rust.

Ik bad nu God en al z'n engelen om mij bij te staan. —

Teen ik zco dicht bij het paard gekomen was, dat 't mij goed hooren kon, begon ik op 'n eigenaardige wijze te fluiten. Dit is op IJsland het gewone middel, om 'n schuw paard te vangen. Ik stiet hooge, langgerekte tonen uit en zorgde er voor, om zonder onderbreking te blijven fluiten.

Tot mijn groote vreugde bemerkte ik weldra, dat die tonen hun gewone uitwerking hadden. Het paard hield op met grazen en hief den kop omhoog, 't Bleef onbeweeglijk staan, al maar strak voor zich uit starend, 't Was, alsof het aan die plaats was vast getooverd. Voorzichtigheidshalve duwde ik Fidel met m'n linkerhand omlaag in het lange gras en stond toen langzaam op. Het paard zag rechts noch links en maakte niet de minste beweging.

Enkele seconden later stond ik, zonder op te houden

Sluiten