Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

komen te zitten, had heelemaal geen aardigheid in den nieuwen kameraad. Hij had hem zorgvuldig ontweken en wanneer Herman onder schooltijd wel eens het strenge verbod van spreken overtreden had, beantwoordde Jo zijn vraag of opmerking slechts met een ontevreden gebrom.

„Bemoei je met je eigen zaken," of „Ik heb je niets gevraagd, is het wel?", luidde dan zijn vriendelijk bescheid.

Herman had er na schooltijd eens met een der andere jongens over gesproken.

„O, die," had deze verachtelijk geantwoord, „trek je daar maar niets van aan. Hij is nu eenmaal een brombeer. Wij noemen hem hier dan ook allemaal Isegrim."

„Zoo," zei Herman, „en hoe vindt hij dat?"

„Dat weet ik niet"

„Hoe zou jij het vinden?"

„Niet prettig natuurlijk."

„Dan moet je hem ook geen bijnaam geven, vind ik."

,,'t Is toch zijn eigen schuld."

Sluiten