Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

„Nou, dan is hij voor den bakker. St! Daar komt mijnheer. Geen draad erg geven, hoor."

De jongens verspreidden zich en inderdaad merkte nóch mijnheer Poot nóch Herman iets van het voorgevallene.

Mijnheer zou het eerst de volgende week

ervaren en Herman Och ja, Herman zou

het ook eenmaal te weten komen.

Voor mijnheer Poot was die ervaring een zeer aangename. Het viel hem den volgenden Zondag wel op, dat de jongens vóór de vergadering met elkaar meer dan gewoonlijk stonden te smoezen en te fluisteren, vooral met Otto, maar toch was hij erg ver baasd, toen/Otto hem in de pauze vroeg even met hem naar het zijkamertje te gaan. En nog verbaasder was hij, toen de jongen daar uit zijn zak voorzichtig een handvol kwartjes en dubbeltjes opdiepte en die voor hem op het kleine tafeltje neerlegde.

„Dat is het kampgeld voor Herman de Ruiter, mijnheer," zei hij. „Met de compli-

Sluiten