Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijnheer Poot verbleekte. „Hoe bedoel

je ," vroeg hij zacht.

„We hadden hem doodverklaard "

„Wat zeg je ?"

„Uitgestooten!"

„Uitgestooten?" Als een gil klonk deze vraag van mijnheer Poot. „O, jongens, hoe kon je dat doen T*

Niemand antwoordde.

Toen ging mijnheer Poot verder en zijn stem klonk, alsof hij schreide: „Weet je wel, wat dat zeggen wil^ jongens?"

„Neen," schudde Otto, wien de tranen in de oogen gekomen waren.

„Ik wel." En heel zacht volgde daarop: „Ik ben ook eens uitgestooten geweest"

Nu schreide mijnheer Poot echt En van geen jongen bleven de oogen droog.

Toen duwde Herman zacht Otto opzij en mijnheer Poot bij de hand grijpende, zei hij: „Ik ben alleen de schuldige, mijnheer. Ik

had het kunnen verhinderen en ik heb

het niet gedaan."

168

Sluiten