Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

komen. Den dag van te voren had ze heelemaal niet willen kijken. Jan was ook ijselijk nieuwsgierig geweest, en den ganschen dag had hij aan de eendjes gedacht, maar hij had zich ook bedwongen.

Maar nu moest hij natuurlijk direct weten, hoe het ermee stond. Met moeder ging hij naar 't schuurtje. De kloek zat nog heel rustig te broeden. Moeder pakte haar met de vleugels, lichtte haar op, en.... Jan had het wel uit kunnen jubelen van pret. Vijf lieve, gele eendjes keken hem met hun donkere oogjes aan.

„Dat is getroffen, hé moe!" „Ja jongen, als de andere nu ook maar uitkomen." „Die zullen wel uitkomen hoor!" Onder de H. Mis bad Jan een heel klein beetje, maar hij dacht bijzonder veel aan z'n eendjes. Hij zag, hoe er weer een schaal open brak en tjoep! ze waren al met zessen. In de schaal van het zevende ei kwamen ook al barsten. Jan zag het eendje al duidelijk zitten. Even later zat nummer zeven in het nest, en weer wat later het achtste. Als het nu maar écht was!....

Opletten in school ging niet: de jongen zat weer te droomen over z'n eendjes. Toen hij eindelijk sommen moest maken, kende hij er geen enkele. Maar teekenen kon hij zooveel te beter. In een wip had hij acht leuke eendjes en een groote kip op z'n lei staan. Heel de buurt was er mee gemoeid, en de meester had het gauw in de gaten. Een paar

Sluiten