Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

133

in. En ik maakte zoo goed ik kon m'n rekening in orde met den grooten Baas hierboven.

Gelukkig had ik een vriend, die me niet in den steek liet. We hadden aan boord een Pruis, een bok van een kerel. Hij deed net of hij de baas was aan boord en kommandeerde als een echte generaal. Als hij z'n buien had, dan kon hij bulderen als een onweer. Ik bleef hem daarom liefst uit z'n kielwater. Dat snap je! Maar die kerel had een hond, en die was juist andersom als zijn baas. 't Was het trouwste en vriendelijkste beest, dat je kunt uitdenken. Ik heb altijd veel met honden opgehad, maar mét Miro was ik dol. Nou, hij scheen 't zelf ook te weten, want hij hing me den ganschen dag aan de broek.

Toen Miro me in zee zag tuimelen, begon hij te huilen, alsof de misthoorn aan 't razen was. Daarna sprong hij in zee, om den drenkeling te redden.

Arm beest, dacht ik, moet jij nu ook nog gaan verdrinken!.... Arme, goeie Miro!....

Maar de mensch wikt en God beschikt; die goede Miro zou m'n redder zijn. Toen de Pruis het gehuil van z'n hond hoorde, vloog ie 't bed uit en recht naar dek. Daar begint hij me te commandeeren, te razen en te tieren, dat hooren en zien verging. Daar was niets tegen te doen, hoor! De kapitein moest terug stoomen om Miro te redden, anders had de kerel de boot wel afgebroken.

Sluiten