Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

welk een behagen hij erin scheen te scheppen, de jongens af te ranselen. De vreugde straalde hem uit de oogen; en toen hij met den eersten afgedaan had, brandde hij, naar het scheen, reeds van verlangen, om met den tweeden te beginnen.

Toen hij ook met hem afgedaan had, kwam de beurt aan den derden, en voordat deze nog goed en wel op den rug van Janssen hing, viel er reeds een gevoelige slag op zijn rug neer, maar: „Bah!" riep plotseling Meester Grevel, terwijl hij, achteruit springende, zijn stok op den grond liet vallen, en naar zijn zakdoek greep: „bah!" riep ook Janssen, terwijl hij den knaap liet vallen, „wat ben je nat en smerig."

Die twee uitroepen van den Meester en zijn assistent deden alle andere jongens nieuwsgierig opzien naar den kant, vanwaar deze kwamen, daar zij door de gewoonte weinig meer letten op die kastijdingen, behalve natuurlijk, wanneer het hen zelf betrof.

Daar zagen ze nu Meester Grevel staan, die met zijn zakdoek in zijn oogen stond te wrijven, en geheel de houding aannam van iemand, die met meer of minder doet dan huilen; een eindje verder Janssen, die eerst naar zijn handen had staan kijken, om ze vervolgens aan zijn kousen en broek af te vegen; daarop trok hij zijn jas uit, die van achter grootendeels met vuil en modder bedekt was, en ging toen met leede oogen staan kijken naar de jammerlijke gevolgen van zijn goede trouw en gehoorzaamheid.

En midden tusschen die beiden in, istond de oorzaak van al deze ellende verward om zich heen te kijken, zonder te weten, wat hij in deze omstandigheden moest doen.

Was het een weinig lichter geweest in het lokaal,

Sluiten