Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

den blik ontmoette van Sir Fancy, toen kon ze niet nalaten even te glimlachen over die ontevredenheid, die straks in zoo groote vreugde zou overgaan; want Willem en Lenda wisten geen van beiden iets van de betrekkingen die er bestonden tusschen hun moeder en Sir Fancy.

„Kijk 'ns achter je naar Sir Fancy," was het eenige dat ze er op antwoordde.

„Kom eens hier, Willem," zei deze.

Willem kwam en de graaf nam hem op en zette hem op zijn knie. Maar zulk een vernedering kon hij niet dulden; vlug sprong hij er af en zich omkeerend met opgeheven hoofd, zei hij met schertsende fierheid, maar waarin de trots volstrekt met te miskennen viel: „Ik ben geen kindje meer, dat op schoot hoeft te zitten!"

„Nu, geef me dan de hand, en vergeef me die beleediging maar," zei de aangesprokene, lachend over de vermakelijke trots van het betrekkelijk nog zoo jeugdige ventje.

Willem reikte hem zijn hand, maar zoodra hij dat deed, trok Sir Fancy hem zachtjes naar zich toe, en begon op een vertrouwelijke manier een praatje met hem.

„Vind je het vervelend, dat je zoo kort vacantie krijgt. Wat zou je er van zeggen, als je vacantie eens een heele maand duurde?"

Willem's gezicht klaarde op. „Dat zou nog eens prettig zijn, dan hadden we bijna tweemaal zoolang als we nu krijgen. Maar ... dat gebeurt toch niet," het hij er droevig op volgen.

„Zoo, waarom zou dat niet gebeuren; zou je niet eens graag met mij naar Engeland willen gaan. Je bent al zoo menigmaal aan zee geweest, en zoo dikwijls heb je op 't strand gespeeld, maar heb je nooit gedacht, dat

Sluiten