Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

133

van een zoon, of de eer onder de menschen? Want met mijn huwelijk heb ik me verbonden, jou en Lenda tot een vader te zijn, in den heiligen zin van dat woord."

Hij zweeg. Zijn overvol gemoed had zich geuit in een vloed van woorden, die den knaap vreemd deed opzien, en waarvan hij de waarde ternauwernood kon begrijpen.

Een oogenblik heerschte er stilte. Willem gaf geen antwoord en bewoog zich zelf niet. Hij keek, hij staarde: daar, op den wand, daar zag hij zichzelf tegenover z'n moeder. Letterlijk alles kon hij van haar gedaan krijgen, als hij maar even aanhield. Waren dus die woorden van den Graaf onwaar? Het was de waarheid; met z'n helderzienden bhk had hij alles doorgrond, en sprak 't nu uit.

„Begrijp je nu, waarom ik wat bedrukt ben?" ging hij op een veel kalmer toon voort; „die brief is vanmorgen aangekomen; sinds vanmorgen ook heb je geen woord van me gehoord; ik dacht, ik peinsde, en ... wil ik de benoeming aannemen, dan is er maar één uitweg."

„Dus dan zoudt u 't toch willen doen; dan gaat u telkens zoolang van ons weg, en dan zien we u hier haast nooit," vroeg Willem, „Maar wat is dan die uitweg?"

„Dat is — dat is de kostschool, de eenige plek, waar ze jou opvoeding, door mij aangevangen, in dienzelfden geest kunnen en willen voortzetten; maar je moeder vindt 't erg vervelend, want in dat geval gaan we allebei weg."

„De kostschool! Ja! laat u me daar naar toe gaan," zei Willem, heel opgeruimd opeens, alsof men daar alleen 't gelukkigst kan zijn; „dat kan toch best!?"

„Zoo spreken alle jongens, die er nog nooit geweest zijn; allen hunkeren ze er naar, maar ik weet niet, of je er een jaar later met evenveel genoegen over zoudt spreken. Maar ga nu maar mee, leg je boeken eerst weg, we

Sluiten