Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145

hem en toen elkaar verwonderd aangekeken, maat memand was er, die een antwoord gaf.

Welk een verandering moet er toen in Willem hebben plaatsgegrepen, toen hij, zonder zich te vergissen, ten slotte eigenlijk aan de jongens vroeg: „Zeg, als je 't goedvindt dan zou ik ook wel mee willen spelen, maar ..." Ja, wat nu, maar ...; hij kon toch niet zeggen, dat hun behandeling hem met erg beviel. Neen, nu gevoelde hij, sterker dan ooit, een behoefte om gezelschap te hebben; En hoe verheugd was hij, toen hij een van de jongens hoorde antwoorden: „O, heel graag, als je wilt; Clentard had ons gezegd, dat je zooveel van voetballen hield, maar we durfden je niet vragen, of je voor ons zoudt willen spelen; anders zou je je zelf ook wel aanbieden, dachten we, en — misschien hield je nog wel meer van blokken," kwam er een beetje aarzelend achteraan.

Hij heette Arthur Bourdon, die deze woorden uitte, 't Was precies de gedachte, die alle jongens van hem hadden.

Maar al te blij, dat hij een antwoord kreeg, beloofde hij voortaan de oefeningen mee te zullen maken, en hij voldeed aan zijne belofte.

Waarover het gesprek eigenlijk liep? Dat is gauw gezegd, hoewel ge het misschien reeds gegist hebt: in de groote schoolzaal waren de verschülende sportwedstrijden voor de volgende drie maanden bekend gemaakt, en nu werden ze door de jongens van iedere slaapzaal in het bijzonder besproken.

Gelukkig dat No. 7, (de slaapkamer waarop Willem shep) thans zulk een flinke aanwinst had gedaan in Willem; ze zouden eens merken, hoe ver ze met hem konden komen.

Den volgenden morgen stond Willem op met hoofd-

Echte Jongens. 2e dr. 10

Sluiten